|
Downloaden
|
|
|
De Kring van Voorzitters, samen
te Brussel op 13 en 16 mei 2002 naar aanleiding van de XIIe Conferentie
van Europese Grondwettelijke Hoven,
Gelet op de artikelen 4, 9, 11 en 12 van de Statuten van de Conferentie
van Europese Grondwettelijke Hoven
die betrekking hebben op de maatregelen die dienen te worden genomen
met betrekking tot de organisatie van de Conferentie,
beslist :
1° de voorbegroting van de XIIe
Conferentie, zoals die eind april 2002 door het Arbitragehof van
het Koninkrijk België werd toegestuurd aan de leden van de
Conferentie van Europese Grondwettelijke Hoven, en de daarin voorgestelde
wijze van verdeling van de kosten van de organisatie van deze Conferentie,
worden goedgekeurd,
2° de kosten van de maaltijden
van de waarnemers en gasten van de Conferentie, zoals zij vermeld
staan in de programmabrochure van de XIIe Conferentie, zullen deel
uitmaken van de algemene kosten en evenredig worden verdeeld onder
de volwaardige leden,
3° de handelingen van het Congres
zullen in boekvorm worden uitgegeven; het algemeen rapport, de rapporten
van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van
Justitie van de Europese Gemeenschappen en de eindbesluiten zullen
in het Frans en in het Engels worden uitgegeven; de nationale rapporten
zullen in het Frans of het Engels worden uitgegeven, naargelang
de taal waarin zij werden opgesteld; de oplage wordt vastgesteld
op tien exemplaren per lid van de Conferentie; leden die meer exemplaren
wensen te ontvangen, zullen voor het einde van het Congres hun wensen
ter zake meedelen aan het Arbitragehof van het Koninkrijk België;
de kosten van de publicatie maken deel uit van de algemene kosten
van de XIIe Conferentie,
4° de sessievoorzitters, zoals
voorgesteld door het Arbitragehof van het Koninkrijk België,
zullen de sessies van het Congres leiden; de debatten zullen worden
georganiseerd aan de hand van de vragen die door de algemene rapporteurs
werden voorbereid en aan de deelnemers zullen worden bezorgd bij
het begin van het congres; tussenkomsten in de debatten zullen in
beginsel geschieden aan de hand van schriftelijk voorbereide aanvragen
die aan de sessievoorzitter worden overgemaakt; de tussenkomsten
van de verschillende leden worden in beginsel beperkt tot vijf minuten,
5° de website van de Conferentie
wordt, als instrument van permanent contact tussen de leden van
de Conferentie, verder vervolledigd, geactualiseerd en beheerd door
het Arbitragehof van het Koninkrijk België, onverminderd het
recht van elk organiserend lid om, met toepassing van artikel 13
van de Statuten, te allen tijde het beheer ervan over te nemen en,
in ieder geval, om de inhoud ervan te bepalen die betrekking heeft
op de Conferentie waarvoor dat organiserend lid instaat.
|
|
|
|
|
|
A. ARTS
Voorzitter
|
|
M. MELCHIOR
Voorzitter
|
| |
F. MEERSSCHAUT
Secretaris-generaal
|
|
|
|
|
|
|
De Kring van Voorzitters, samen te
Brussel op 13 en 16 mei 2002 naar aanleiding van de XIIe Conferentie
van Europese Grondwettelijke Hoven,
Gelet op artikel 9 van de Statuten
van de Conferentie van Europese Grondwettelijke Hoven met betrekking
tot de keuze van de plaats van de volgende Conferentie,
Gelet op het feit dat voor het begin
van de Conferentie geen enkel lid zich schriftelijk kandidaat heeft
gesteld voor de organisatie van de XIIIe Conferentie van Europese
Grondwettelijke Hoven,
Gelet op de kandidatuur van het Hooggerechtshof
van de Republiek Cyprus om als organiserend lid op te treden, die
aan het begin van de werkzaamheden bij de Voorzitter van de XIIe
Conferentie mondeling werd ingediend door de Heer Georghios Pikis,
Voorzitter van voormeld Hof,
Gehoord de Voorzitter van het Hooggerechtshof
van de Republiek Cyprus in zijn mondelinge toelichting van deze
kandidatuur,
1° aanvaardt eenparig het aanbod
van het Hooggerechtshof van de Republiek Cyprus om op te treden
als organisator van de XIIIe Conferentie van Europese Grondwettelijke
Hoven;
2° bepaalt de voorbereidende vergadering
van de XIIIe Conferentie zal plaats hebben in oktober 2003;
3° suggereert thans reeds volgende
onderwerpen als mogelijk thema van de XIIIe Conferentie:
a) de
verhouding tussen de grondwettelijke hoven en de Europese supranationale
rechtsorganen
b) het
beginsel van gelijkheid
c) de
waardigheid van de mens als bron van fundamentele rechten
d) de
toegang van het individu tot de grondwettelijke hoven
en neemt kennis van verschillende
tussenkomsten die pleiten voor een onderwerp dat niet te ruim is,
dat betrekking heeft op de gemeenschappelijke aandachtspunten van
de grondwettelijke hoven en dat eerder materieelrechtelijk zou zijn
georiënteerd.
|
| |
|
|
|
A. ARTS
Voorzitter
|
|
M. MELCHIOR
Voorzitter
|
| |
F. MEERSSCHAUT
Secretaris-generaal
|
|
|
|
|
|
|
De Kring van Voorzitters, samen te
Brussel op 13 en 16 mei 2002 naar aanleiding van de XIIe Conferentie
van Europese Grondwettelijke Hoven,
Gelet op de Statuten van de Conferentie
van Europese Grondwettelijke Hoven, waarvan verschillende bepalingen
de uitwerking van een reglement van orde vereisen,
Gelet op artikel 9, tweede lid, littera
h, dat aan de Kring van Voorzitters de bevoegdheid verleent om het
reglement van orde uit te vaardigen,
Gelet op het ontwerp van de Heer Paul
Tschümperlin, secretaris-generaal van het Tribunal fédéral
van de Zwitserse Confederatie, zoals aangepast op 1 februari 2002,
in overleg met de Voorzitter van de XIIe Conferentie en de Heer
Voorzitter Ludwig Adamovich van het Grondwettelijk Hof van de Republiek
Oostenrijk,
Gelet op de schriftelijke amendementen
van de Heer Voorzitter Cesare Ruperto namens het Grondwettelijk
Hof van de Italiaanse Republiek en van de Heer Voorzitter Manuel
Jiménez de Parga y Cabrera van het Grondwettelijk Tribunaal
van het Koninkrijk Spanje,
Gehoord het advies van de werkgroep
ad hoc, samengesteld uit de Voorzitters van de grondwettelijke hoven
van de Republiek Oostenrijk, het Koninkrijk België, de Republiek
Cyprus, de Russische Federatie en de Zwitserse Confederatie, uitgebracht
door de Heer Voorzitter Ludwig Adamovich, en gezien het aangepast
ontwerp van reglement van orde dat werd neergelegd,
Gehoord de tussenkomsten van de verschillende
leden, inzonderheid met betrekking tot artikel 12 van het ontwerp
dat betrekking heeft op het gebruik van de talen tijdens de werkzaamheden
van de Conferentie,
beslist :
het reglement van orde van de Conferentie
van Europese Grondwettelijke Hoven, zoals aangehecht aan deze resolutie,
wordt eenparig goedgekeurd.
|
| |
|
Brussel, 16 mei 2002
|
|
A. ARTS
Voorzitter
|
|
M. MELCHIOR
Voorzitter
|
| |
F. MEERSSCHAUT
Secretaris-generaal
|
|
|
|
|
|
|
De Kring van Voorzitters, samen te
Brussel op 13 en 16 mei 2002 naar aanleiding van de XIIe Conferentie
van Europese Grondwettelijke Hoven,
Gelet op de aanvraag van het Grondwettelijk
Hof van de Republiek Belarus om volwaardig lid te worden van de
Conferentie van Europese Grondwettelijke Hoven,
Gehoord de Heer Grigory A. Vasilevich,
Voorzitter van het Grondwettelijk Hof van de Republiek Belarus,
en het verslag van de werkgroep ad hoc, uitgebracht door de Heer
Voorzitter Ludwig Adamovich, tijdens de vergadering van de kring
van Voorzitters op 13 mei 2002,
Gelet op de artikelen 4, 6 en 9, zevende
lid, van de Statuten van de Conferentie van Europese Grondwettelijke
Hoven,
Gelet op de stemming, waarbij negenentwintig
leden aanwezig zijn, zodat het quorum is bereikt, en waarbij zestien
leden stemmen voor de toekenning van de hoedanigheid van volwaardig
lid aan het Grondwettelijk Hof van de Republiek Belarus,
Vaststellende dat de vereiste meerderheid
van twee derden, met toepassing van artikel 9, zevende lid, littera
a), niet is bereikt,
beslist :
1° aan het Grondwettelijk Hof
van de Republiek Belarus wordt de hoedanigheid van volwaardig lid
niet verleend.
2° de Europese Commissie voor
de Democratie door het Recht, eveneens bekend onder de naam Commissie
van Venetië, wordt uitgenodigd haar contacten met het Grondwettelijk
Hof van de Republiek Belarus te hervatten en hierover verslag uit
te brengen ter gelegenheid van de voorbereidende vergadering van
de XIIIe Conferentie op Cyprus.
|
| |
|
Brussel, 16 mei 2002
|
|
A. ARTS
Voorzitter
|
|
M. MELCHIOR
Voorzitter
|
| |
F. MEERSSCHAUT
Secretaris-generaal
|
|
|
|
|
|
|
De Kring van Voorzitters, samen te
Brussel op 13 en 16 mei 2002 naar aanleiding van de XIIe Conferentie
van Europese Grondwettelijke Hoven,
Gelet op de aanvraag van het Grondwettelijk
Hof van het Groothertogdom Luxemburg om volwaardig lid te worden
van de Conferentie van Europese Grondwettelijke Hoven,
Gehoord de Heer Georges Kill, Vice-Voorzitter
van het Grondwettelijk Hof van het Groothertogdom Luxemburg, en
het verslag van de werkgroep ad hoc, uitgebracht door de Heer Voorzitter
Ludwig Adamovich, tijdens de vergadering van de kring van Voorzitters
op 13 mei 2002,
Gelet op de artikelen 4, 6 en 9, zevende
lid, van de Statuten van de Conferentie van Europese Grondwettelijke
Hoven,
Gelet op de stemming, waarbij negenentwintig
leden aanwezig zijn, zodat het quorum is bereikt, en waarbij achtentwintig
leden stemmen voor de toekenning van de hoedanigheid van volwaardig
lid aan het Grondwettelijk Hof van het Groothertogdom Luxemburg,
Vaststellende dat de vereiste meerderheid
van twee derden, met toepassing van artikel 9, zevende lid, littera
a), is bereikt,
beslist :
aan het Grondwettelijk Hof van het
Groothertogdom Luxemburg wordt de hoedanigheid van volwaardig lid
verleend.
|
| |
|
Brussel, 16 mei 2002
|
|
A. ARTS
Voorzitter
|
|
M. MELCHIOR
Voorzitter
|
| |
F. MEERSSCHAUT
Secretaris-generaal
|
|
|
|
|
|
|
De Kring van Voorzitters, samen te
Brussel op 13 en 16 mei 2002 naar aanleiding van de XIIe Conferentie
van Europese Grondwettelijke Hoven,
Gelet op de het verzoek van de Kring
van Voorzitters van 21 oktober 2000 om het Grondwettelijk Hof van
de Federale Republiek Joegoslavië uit te nodigen voor de XIIe
Conferentie van Europese Grondwettelijke Hoven,
Gelet op de noodzaak de status van
voormeld Grondwettelijk Hof in het kader van de Conferentie van
Europese Grondwettelijke Hoven vast te stellen,
Gehoord de Heer Momcilo Grubac, Voorzitter
van het Grondwettelijk Hof van de Federale Republiek Joegoslavië,
en het verslag van de werkgroep ad hoc, uitgebracht door de Heer
Voorzitter Ludwig Adamovich, tijdens de vergadering van de kring
van Voorzitters op 13 mei 2002,
Gelet op de artikelen 4, 6 en 9, zevende
lid, van de Statuten van de Conferentie van Europese Grondwettelijke
Hoven,
Gelet op de vaststelling dat de Federale
Republiek Joegoslavië in november 2000 door de Algemene Vergadering
van de Verenigde Naties bij resolutie 55/12 werd aanvaard als nieuwe
lid en dat uit onder de auspiciën van internationale organisaties
tot stand gekomen overeenkomsten geen van de componenten van de
vroegere Socialistische Federale Republiek Joegoslavië zich
kan beschouwen als de enige rechtsopvolger van die Staat,
Overwegende dat het Grondwettelijke
Hof van de Federale Republiek Joegoslavië, binnen de Conferentie
van Europese Grondwettelijke Hoven, niet kan worden beschouwd als
de rechtsopvolger van het Grondwettelijk Hof van de vroegere Socialistische
Federale Republiek Joegoslavië, dat mede aan de basis lag van
de oprichting van deze Conferentie,
Gelet op de intern staatsrechtelijke
ontwikkelingen die zich sedert 2000 in de Federale Republiek Joegoslavië
hebben voorgedaan en ingevolge het Beginselakkoord van 14 maart
2002 in de nabije toekomst zullen worden gerealiseerd, onder meer
op het vlak van de uiteindelijke organieke regeling van een nieuw
grondwettelijk hof, om welke redenen aan dat Grondwettelijk Hof
vooralsnog niet de hoedanigheid van volwaardig lid of van geassocieerd
lid kan worden verleend,
beslist :
aan het Grondwettelijk Hof van de
Federale Republiek Joegoslavië wordt de hoedanigheid van waarnemer
verleend.
|
| |
|
Brussel, 16 mei 2002
|
|
A. ARTS
Voorzitter
|
|
M. MELCHIOR
Voorzitter
|
| |
F. MEERSSCHAUT
Secretaris-generaal
|
|
| |
| |
| |
| |
|